Techniek

Hoeveel lumen heb je nodig per ruimte?

Door Klaas A. de Vries, European Lighting Expert (ELE) · · 6 min. leestijd

Wie nieuwe verlichting zoekt, kijkt vaak naar watt. Maar watt zegt hoeveel stroom een lamp verbruikt, niet hoeveel licht hij geeft. Waar je echt naar kijkt, zijn lumen en lux. Dit artikel legt het uit en geeft richtwaarden en een rekenvoorbeeld.

Kort antwoord Als ruwe indicatie heb je voor de algemene verlichting in woonruimtes ongeveer 200 tot 400 lumen per vierkante meter nodig, in keuken en badkamer 400 tot 600 en voor een kantoorwerkplek ongeveer 1000. Dit zijn richtwaarden: de exacte hoeveelheid hangt af van je ruimte. Zo reken je het uit: gewenste lux ÷ 0,5 = lumen per m².

Lumen, lux en watt

Richtwaarden per ruimte

RuimteLichtniveau (lux)Indicatie lumen per m²
Woonkamer (algemeen)100–200200–400
Slaapkamer50–150100–300
Keuken (algemeen)200–300400–600
Badkamer200–300400–600
Gang en halca. 100ca. 200
Thuiskantoor300–500600–1000
Kantoorwerkplek500ca. 1000

Boven het aanrecht, een bureau of leesstoel komt daar gericht licht bovenop (300–500 lux). De waarden zijn indicatief; de norm voor kantoren staat in goede kantoorverlichting.

Waarom lumen per m² meer is dan lux

Niet al het licht van een armatuur komt op het vlak terecht waar je het nodig hebt: een deel wordt geabsorbeerd door wanden en plafond of blijft in het armatuur. Daarom heb je meer lumen nodig dan de lux-waarde zelf. Als vuistregel deel je het gewenste aantal lux door ongeveer 0,5 (de benuttingsfactor, in de praktijk grofweg 0,4 tot 0,6) om het aantal lumen per vierkante meter te krijgen.

Rekenvoorbeeld: een woonkamer van 25 m²

  1. Kies een lichtniveau voor de algemene verlichting: 150 lux.
  2. Deel door de benuttingsfactor: 150 ÷ 0,5 = 300 lumen per m².
  3. Vermenigvuldig met de oppervlakte: 300 × 25 = 7.500 lumen in totaal.

Dat zijn bijvoorbeeld tien inbouwspots van elk 750 lumen, of een combinatie van plafond-, wand- en staande verlichting. Verdeel het licht liever over meerdere lagen dan alles in plafondspots te stoppen: dat voelt prettiger en geeft minder verblinding.

Wat de uitkomst beïnvloedt

Meer is niet altijd beter

Te veel licht op één plek geeft verblinding en een vlak, harde sfeer. Kies liever iets meer vermogen in totaal, verdeeld over lagen en voorzien van een dimmer, dan één felle bron. Met dimmen pas je het niveau aan op wat je op dat moment doet.

Zeker weten dat het in jouw ruimte klopt? Een lichtberekening simuleert vooraf hoeveel licht er op welke plek komt.

Klaas A. de Vries

Klaas A. de Vries

European Lighting Expert (ELE) · meer dan 28 jaar ervaring in verlichting en verlichtingstechniek

Hulp nodig bij jouw lichtplan?

Vertel in een vrijblijvend gesprek wat je wilt bereiken. Onafhankelijk advies, zonder verkoopbelang.

Lees ook